Uitstel van betaling

 

De aanvraag


De aanvraag voor uitstel kan per brief of digitaal. Dat laatste met een online formulier via de website van de Belastingdienst. Inloggen gaat met DigiD. Dat kan met de DigiD van de ondernemer zelf of van een fiscaal dienstverlener. Als kantoorbeleid van Visser & Visser geldt echter dat de DigiD van de medewerker van Visser & Visser hiervoor niet wordt gebruikt.

Tot 1 oktober 2021 is het nog mogelijk geweest om voor het eerst uitstel te vragen. Vanaf 1 oktober 2021 kunt u toch nog in specifieke gevallen uitstel van betaling krijgen tot en met 31 januari 2022 (zie hieronder). De aanvraag voor uitstel kan pas worden gedaan nadat u een (naheffings)aanslag heeft ontvangen. Er hoeft maar één uitstelverzoek te worden gedaan. Het uitstel geldt naast bestaande belastingschulden dan ook voor de belastingschulden die er in de 3 daaropvolgende maanden bijkomen. Voorwaarde is uiteraard dat u op tijd aangifte doet. 

Het uitstel geldt voor meerdere soorten belastingen. Dat zijn de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, loonbelasting en omzetbelasting/btw. Maar ook voor kansspelbelasting, accijns, de verbruiksbelasting alcoholvrije dranken, assurantiebelasting, verhuurderheffing, energiebelasting en andere milieubelastingen en vergelijkbare belastingen in Caribisch Nederland.

 

Bijzonder uitstel van betaling na 1 oktober 2021

Als u uitstel van betaling heeft aangevraagd voor 1 oktober 2021 kunt u onder voorwaarden gebruik maken van een betalingsregeling die loopt van 1 oktober 2022 tot 1 oktober 2027. De betalingsregeling ziet op de belastingaanslagen waarvoor uitstel is verleend, maar ook de schulden vóór maart 2020 gaan mee in het betalingsuitstel.

De betalingsregeling kent de volgende uitgangspunten en voorwaarden:

  • De belastingschuld wordt in beginsel afgelost in 60 maandelijkse gelijke termijnen. De eerste aflossing moet uiterlijk 31 oktober 2022 zijn overgemaakt, elke volgende termijn vervalt telkens een maand later. Van het betalingsschema kan worden afgeweken als u aannemelijk maakt dat het voor u redelijkerwijs niet mogelijk is in oktober 2022 met aflossen te beginnen. U kunt in dat geval op een later moment beginnen met aflossen, maar de belastingschuld moet ook dan uiterlijk 1 oktober 2027 volledig zijn afgelost. Tussentijds aflossen voor zover de situatie dat toelaat is uiteraard mogelijk, daar is geen aparte betaalafspraak voor nodig;
  • De bestaande betalingsproblemen maken langer uitstel noodzakelijk. Deze betalingsproblemen zijn hoofdzakelijk door de coronacrisis ontstaan;
  • Het gevraagde uitstel heeft betrekking op een of meer belastingen waarvoor het bijzonder uitstel van betaling gold (zie hierboven);
  • U verklaart dat geen bonussen worden uitgekeerd aan de Raad van Bestuur en de directie van de onderneming, geen dividend wordt uitgekeerd en geen eigen aandelen worden ingekocht in de periode vanaf het indienen van het uitstelverzoek totdat het uitstel dat ingevolge deze goedkeuring is verleend wordt ingetrokken of vervalt. Onder bonussen worden mede begrepen winstuitdelingen en andere betalingen die kenmerken van bonussen hebben. Deze voorwaarde ziet niet op bonussen, dividenden en aandelen waarvan de uitbetaling en inkoop na het uitstelverzoek plaatsvindt, maar de daaraan ten grondslag liggende beslissing in 2019 is genomen;
  • U dient vanaf 1 oktober 2021 op tijd aangifte te doen en op tijd uw nieuwe betalingsverplichtingen te voldoen;

    Dit betreft de volgende tijdvakken:
    3e kwartaal 2021;
    september 2021;
    10e vierwekenperiode van 2021;
    De daarna volgende tijdvakken.
  • Als blijkt dat u gedurende de betalingsregeling vanaf 1 oktober 2022 niet (meer) voldoet aan de daaraan gestelde voorwaarden, mag de Belastingdienst de betalingsregeling weigeren of beëindigen. U krijgt eerst nog wel de gelegenheid om alsnog binnen veertien dagen aan de voorwaarden te voldoen;
  • Over de belastingschuld brengt de Belastingdienst invorderingsrente in rekening. Het rentepercentage gaat per 1 januari 2022 van 0,01% naar 1% en wordt met stappen van 1% per stap verhoogd naar uiteindelijk 4% per 1 januari 2024.

 

Tijdelijke aanvullende tegemoetkoming: 1 oktober 2021 – 31 januari 2022

Vanaf 1 oktober 2021 staat het versoepelde uitstel in principe niet meer open. Maar vanaf 1 oktober 2021 kunt u toch nog in specifieke gevallen uitstel van betaling krijgen tot en met 31 januari 2022. Dit geldt voor belastingen die betaald hadden moeten zijn in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 januari 2022. Voor deze tijdelijke aanvullende tegemoetkoming gelden de volgende voorwaarden:

  • U komt in aanmerking voor de betalingsregeling van 60 maanden (zie hierboven);
  • Het nog steeds niet kunnen betalen van belastingen is hoofdzakelijk veroorzaakt door de coronacrisis;
  • De betalingsproblemen zijn van tijdelijke aard en voor een bepaald tijdstip opgelost;
  • U voert een levensvatbare onderneming;
  • Voor de belastingen waarvoor het uitstel wordt gevraagd heeft u voldaan aan de aangifteplicht;
  • Het gevraagde uitstel heeft betrekking op een of meer belastingen waarvoor het bijzonder uitstel van betaling gold (zie hierboven);
  • U verstrekt een verklaring (bij een belastingschuld vanaf € 20.000 af te geven door een derde-deskundige) die het voor de Belastingdienst aannemelijk maakt dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. De verklaring bevat een beoordeling van de aard van de betalingsproblemen, gaat in op de aannemelijkheid van de bedrijfseconomische gezondheid van de onderneming, de haalbaarheid van het in de toekomst inlopen van de betalingsachterstand en geeft blijk van de waarneming van de aan dat oordeel ten grondslag liggende feiten en omstandigheden;
  • Het verzoek moet uiterlijk 31 januari 2022 schriftelijk zijn gedaan.


Deblokkering g-rekeningen

Bedrijven die personeel uitzenden, uitlenen of detacheren en g-rekeningen gebruiken, kunnen bij de Belastingdienst verzoeken om het tegoed op deze rekeningen te deblokkeren. In normale situaties kan daarmee alleen het overschot op de g-rekening worden vrijgegeven. Om ondernemingen tegemoet te komen, zoals de bouw en de uitzendbranche, kunnen tijdelijk ook bedragen worden vrijgegeven die zijn gereserveerd voor reeds opgelegde naheffingsaanslagen loonheffing of btw. Voor die aanslagen moet dan wel eerst bijzonder uitstel van betaling worden gevraagd vanwege de coronacrisis.

De verruimde deblokkeringsmogelijkheid geldt dan voor bedragen waarvoor bijzonder uitstel is verleend of waarvoor de invordering is opgeschort in verband met bijzonder uitstel van betaling. Er vindt bij de deblokkering geen verrekening plaats met andere schulden waarvoor bijzonder uitstel is verleend of waarvoor de invordering is opgeschort in verband met bijzonder uitstel van betaling. De verruiming kan worden beperkt in situaties van misbruik of oneigenlijk gebruik. Voor het verzoek is een formulier beschikbaar op de website van de Belastingdienst.

In lijn met de afbouw van de versoepelde uitstelregeling, wordt ook de verruimde deblokkeringsmogelijkheid van de g-rekening afgebouwd. Zolang en voor zover u uitstel van betaling geniet en zich aan de lopende betalingsverplichtingen en aflossingsverplichting houdt, blijft deblokkering van het G-rekeningensaldo mogelijk. Het versoepelde beleid ten aanzien van de g-rekening loopt definitief af op 1 oktober 2027.

Belasting- en invorderingsrente

De Belastingdienst heeft tijdelijk zowel de invorderingsrente als de belastingrente verlaagd naar 0,01%. Vanaf 1 oktober 2020 is het tarief van de belastingrente voor de inkomstenbelasting weer 4%. De belastingrente voor de vennootschapsbelasting zal tot en met 31 december 2022 ook op 4% worden gesteld, in plaats van het oorspronkelijke niveau van 8%. De invorderingsrente, is in het kader van de coronamaatregelen vanaf 23 maart 2020 tot en met 31 december 2021 verlaagd naar 0,01%. Vanaf 1 januari 2022 gaat het kabinet de invorderingsrente weer stapsgewijs verhogen. Per 1 januari 2022 wordt het rentepercentage 1% en op 1 juli 2022 2%. Vervolgens wordt de rente jaarlijks verhoogd met één procentpunt naar het gebruikelijke tarief van 4%. Dat betekent dat de rente op 1 januari 2023 op 3% wordt vastgesteld en vervolgens op 1 januari 2024 op 4%. Als de Belastingdienst invorderingsrente moet vergoeden, blijft wel het normale tarief van 4% gelden.

Vaste reiskostenvergoeding en thuiswerken

Krijgen uw werknemers een vaste reiskostenvergoeding die vaststond op 12 maart 2020 en werken zij nu (bijna) volledig thuis? Dan hoeft u de vaste reiskostenvergoeding niet aan te passen. Zolang de crisismaatregelen gelden, mag u blijven uitgaan van het reispatroon waarop de vergoeding gebaseerd was. Dat mag ook als u een nacalculatie voor de vaste reiskostenvergoeding doet. Het ongewijzigd doorlopen van vaste reiskostenvergoedingen vervalt per 31 december 2021.

Een verlaging van het gebruikelijk loon bij omzetdaling

Ondernemers die zelf meewerken in de vennootschap waarin zij een aanmerkelijk aandelenbelang hebben moeten loonheffingen betalen over een loon dat passend is bij de arbeid die ze verrichten. Dat is ook zo als de onderneming minder of geen omzet behaalt. Omdat er door de coronacrisis veel omzetverlies is, wordt mogelijk gemaakt dat deze ondernemers tijdelijk van een lager loon mogen uitgaan, in verhouding tot de omzetdaling van het bedrijf. Dit mag vooralsnog over de jaren 2020 en 2021. U hoeft voor die verlaging geen toestemming van de Belastingdienst te vragen. Meer informatie leest u in de volgende blog.

Leaflet gebruikelijk loon

Versoepeling urencriterium

Ondernemers kunnen gebruik maken van bepaalde aftrekposten (zoals de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek en de oudedagsreserve) als ze 1225 uur per jaar aan hun onderneming besteden en ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting. Om te voorkomen dat ondernemers het recht op de aftrek verliezen zal de Belastingdienst er van 1 maart 2020 t/m 30 september 2020 en 1 januari 2021 t/m 30 juni 2021 van uitgaan dat deze ondernemers ten minste 24 uren per week aan de onderneming hebben besteed, ook als ze die uren niet daadwerkelijk hebben besteed. Ligt de piek van werkzaamheden normaal juist in de periode van 1 maart t/m 30 september of 1 januari t/m 30 juni, zoals bij seizoensafhankelijk werken, dan mag men er van uitgaan dat in 2020 of 2021 in die periode evenveel uren is gewerkt als in 2019 in diezelfde periode. Het kabinet heeft aangegeven dat de versoepeling vanaf 1 juli 2021 niet meer geldt, zodat dan weer de daadwerkelijk bestede uren meetellen voor het urencriterium.

Werkkostenregeling

Via de werkkostenregeling kunnen werkgevers onbelaste vergoedingen aan werknemers geven. De vrije ruimte die werkgevers hebben om deze onbelaste vergoedingen te geven wordt eenmalig verhoogd van 1,7% naar 3% voor de eerste € 400.000 van de loonsom per werkgever. Werkgevers die daar ruimte voor hebben kunnen hun werknemers in deze moeilijke tijd extra tegemoet te komen, bijvoorbeeld door het verstrekken van een bloemetje of een cadeaubon. De eenmalige verhoging is tijdelijk en geldt alleen voor 2020 en 2021.

Fiscale coronareserve in de vennootschapsbelasting

Het is mogelijk om verliezen die vennootschapsbelastingplichtige bedrijven in 2020 verwachten te lijden, alvast in aanmerking nemen bij het bepalen van de winst van 2019. Meer informatie leest u in de volgende blog.

Betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

Kredietverstrekkers zoals banken willen klanten de mogelijkheid bieden een betaalpauze van rente en aflossing aan te gaan voor maximaal twaalf maanden, als zij tijdens de coronacrisis tijdelijk niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. De woningeigenaar dient tussen 12 maart en 31 december 2021 bij zijn geldverstrekker gemeld te hebben dat hij (dreigende) betalingsproblemen heeft door de coronacrisis. Voor hypotheken waarvoor een fiscale aflossingsverplichting geldt, moet dit volgens de huidige fiscale regels bij een pauze in 2020, uiterlijk per 31 december 2021 worden terugbetaald. Als de achterstand in 2021 is opgelopen, is dat dus pas per 31 december 2022. Een nieuw beleidsbesluit regelt twee zaken: ten eerste hoeft de aflossingsachterstand niet uiterlijk per 31 december 2021 of 31 december 2022 te worden betaald, maar kan deze (direct) worden uitgesmeerd over de resterende looptijd (van maximaal 360 maanden). Ten tweede kan een klant in plaats hiervan kiezen om zijn resterende lening te splitsen. Hierdoor hoeft de maximaal twaalf maanden achterstand niet per definitie te worden uitgesmeerd over de resterende looptijd, maar kan dit ook apart binnen bijvoorbeeld vijf jaar worden afbetaald. Dit biedt mogelijkheden tot maatwerk.

Graag beantwoorden wij al uw vragen over bovenstaande. U kunt daarvoor contact opnemen met uw adviseur.

Het begint met contact

Laat uw gegevens achter en wij reageren binnen 2 werkdagen

{{ errors.first("firstname") }}
{{ errors.first("lastname") }}
{{ errors.first("residence") }}
{{ errors.first("email") }}
{{ errors.first("interest") }}
{{ errors.first("privacy") }}
  • Icon Copy 3 Professioneel advies
  • Icon Copy 3 Actueel inzicht in uw onderneming
  • Icon Copy 3 Een persoonlijke adviseur