Nieuw rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst: wat betekent dit voor jou?

woensdag 1 juli 2026

Op 16 juni 2026 heeft de Eerste Kamer de 'Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief' aangenomen. Deze wet heeft de bedoeling om werkenden te beschermen die onterecht als zelfstandige werkzaam zijn. Hieronder gaan wij in op wat deze wet voor u als opdrachtgever en opdrachtnemer naar verwachting vanaf 1 januari 2027 betekent.

Het probleem van schijnzelfstandigheid

De overheid worstelt al decennia met de positie van zelfstandigen zonder personeel. Een grote groep daarvan is eigenlijk in loondienst van zijn opdrachtgever. Dit wordt ‘schijnzelfstandigheid’ genoemd. Wanneer daarvan sprake is, was zo onduidelijk dat de Belastingdienst bijna tien jaar niet mocht handhaven. Naar aanleiding van het Deliveroo-arrest van 24 maart 2023 is het Wetsvoorstel verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) ingediend. 

De VBAR bestond uit twee maatregelen:

  • Het bieden van handvatten om vast te kunnen stellen of een arbeidsrelatie in loondienst wordt verricht; én

  • De invoering van een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst tot een bepaald uurtarief.

De eerste maatregel leidde tot zoveel kritiek dat de huidige regeringspartijen met de SGP een tegenvoorstel hebben ingediend. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze maatregel geheel werd ingetrokken. De tweede maatregel, het rechtsvermoeden, is echter overeind gebleven en is inmiddels aangenomen.

Het rechtsvermoeden

Na het intrekken van de eerste maatregel is de wet omgedoopt tot ‘Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief’, maar blijft afgekort ‘VBAR’. De VBAR regelt dat vermoed wordt dat iemand die werkzaamheden verricht voor niet meer dan € 38 (exclusief btw) per uur (in 2026) dit in loondienst doet. Het uurtarief zal jaarlijks worden geïndexeerd en naar boven afgerond op hele euro’s. Als iemand werkzaamheden uitvoert tegen een lager dan voormeld uurtarief, betekent dit niet dat diegene ook direct in dienst genomen moet worden.

Wie kan wat?

Het rechtsvermoeden kan alleen door de schijnzelfstandige werknemer worden ingeroepen en kan worden afgedwongen bij de (kanton)rechter. De bewijslast voor het uurtarief rust bij de ‘werknemer’.  Het is hierbij niet van belang of een uurtarief gehanteerd wordt. Ook bij een stukprijs of een totaalprijs kan het rechtsvermoeden ingeroepen worden.

De Belastingdienst kan geen beroep doen op het rechtsvermoeden. Die kan het enkel gebruiken als aanwijzing voor een arbeidsovereenkomst. Het heeft hierdoor niet direct gevolgen voor u als opdrachtgever, maar een te laag (gemiddeld) uurtarief is zeker niet zonder risico. Een opdrachtnemer kan het namelijk te allen tijde inroepen en wel met terugwerkende kracht. Wanneer die het te lage uurtarief kan aantonen, is het aan u als opdrachtgever om te bewijzen dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Daarbij dienen alle omstandigheden te worden meegewogen.

De gevolgen voor opdrachtgevers

Een succesvol beroep op het rechtsvermoeden kan enorme kosten met zich meebrengen voor een opdrachtgever, zoals de premies werknemersverzekeringen, werkgeversheffing Zorgverzekeringswet, pensioenpremies en sociale fondsen. Probeer daarom zoveel mogelijk weg te blijven van een te laag uurtarief. Bent u een stuk- of totaalvergoeding overeengekomen, let dan goed op het aantal besteedde uren van een zelfstandige.

Heeft u vragen over het rechtsvermoeden en/of het werken met zelfstandigen zonder personeel, neem dan contact op met onze loonheffingenspecialisten.

Auteur
Tim Gulinski
Belastingadviseur

Meer blogs