Schijnzelfstandigheid in de agrarische sector: lessen uit recente rechtspraak
In de agrarische sector wordt veel gewerkt met zzp’ers tijdens piekperioden. Maar hoe weet je zeker dat een zelfstandige ook echt als ondernemer wordt gezien door de wetgever? Een recente uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch laat zien dat de feitelijke omstandigheden doorslaggevend zijn. Blijkt er in de praktijk sprake te zijn van een arbeidsrelatie, dan kan er sprake zijn van schijnzelfstandigheid of een ‘verkapte dienstbetrekking’. Voor de opdrachtgever kunnen de financiële gevolgen fors zijn, zoals naheffing van loonbelasting en werkgeverslasten.
De casus: van zzp-contract naar arbeidsovereenkomst
Een jonge beveiliger werkte van oktober 2022 tot september 2023 voor één opdrachtgever op basis van een zzp-contract. Hoewel contractueel was vastgelegd dat het ging om een overeenkomst van opdracht, bleek in de praktijk iets anders:
Hij werkte uitsluitend voor één opdrachtgever.
Er was geen ondernemersrisico: geen eigen middelen, geen investeringen.
Hij volgde roosters en instructies van de opdrachtgever.
Vrijheid om opdrachten te weigeren of zich te laten vervangen was zeer beperkt.
Toen de beveiliger in september 2023 zijn werkplek zonder toestemming verliet, beëindigde de opdrachtgever de samenwerking. De beveiliger stelde echter dat sprake was van een arbeidsovereenkomst en stapte naar de rechter.
Uitspraak van het Hof
Het hof oordeelde dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst. Het ontslag op staande voet werd ongeldig verklaard.
Belangrijkste gevolgen:
Het verlaten van de werkplek was onvoldoende reden voor ontslag.
De beveiliger had recht op nabetaling van loon, vakantiedagen en pensioenopbouw.
Daarnaast kende het hof een billijke vergoeding toe.
Holistische benadering: lessen uit Deliveroo
Het hof sloot aan bij de holistische toetsing die de Hoge Raad introduceerde in het Deliveroo-arrest (maart 2023).
Holistische toetsing betekent dat:
Alle feiten en omstandigheden samen worden beoordeeld.
Er geen vast lijstje is met criteria.
Het totaalplaatje bepaalt of iemand ondernemer of werknemer is.
Praktische tips om schijnzelfstandigheid te voorkomen
Voor werkgevers, zeker in de agrarische sector, is het cruciaal om kritisch te kijken naar de inzet van zzp’ers. Enkele tips:
Analyseer de praktijk: hoe wordt het werk feitelijk uitgevoerd? Documenteer dit goed.
Voorkom exclusiviteit: stimuleer dat een zzp’er meerdere opdrachtgevers heeft.
Zorg voor ondernemersrisico: laat de zzp’er zelf werktijden bepalen, investeren in middelen en vervanging regelen.
Gebruik modelcontracten kritisch: ze zijn geen garantie; de praktijk moet overeenkomen met de afspraken.
Evalueer regelmatig: toets of de situatie nog klopt met de gemaakte afspraken.
Conclusie
De zaak laat zien dat de dagelijkse praktijk belangrijker is dan het contract. Werkgevers die uitsluitend vertrouwen op de papieren afspraken lopen risico op hoge naheffingen en juridische procedures.
De Belastingdienst en de rechter kijken altijd naar de realiteit: is er sprake van ondernemerschap of eigenlijk van een dienstverband?
Veelgestelde vragen over schijnzelfstandigheid
Wat is schijnzelfstandigheid?
Wat zijn de risico’s voor opdrachtgevers?
Welke criteria gelden voor de beoordeling?
Hoe voorkom ik schijnzelfstandigheid?
Veelgestelde vragen over schijnzelfstandigheid
Wat is schijnzelfstandigheid?
Dit is de situatie waarin iemand formeel als zzp’er werkt, maar feitelijk een werknemer is.
Wat zijn de risico’s voor opdrachtgevers?
Naheffing van loonbelasting, premies, pensioenlasten en mogelijke boetes.
Welke criteria gelden voor de beoordeling?
Er is geen vast lijstje. Rechters hanteren een holistische toetsing waarbij alle feiten worden meegenomen.
Hoe voorkom ik schijnzelfstandigheid?
Zorg dat zzp’ers ondernemersrisico lopen, meerdere opdrachtgevers hebben en zelfstandig kunnen werken.