Er staat nieuwe wet- en regelgeving voor de zorg op stapel. Wij kwamen i.s.m. de SRA-Branche-expertgroep Medische Zorg tot onderstaande juridische aandachtspunten voor de branche.

 

Open norm om bestuur en bedrijfsvoering te verbeteren

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) pleiten voor een wettelijke open norm om de integriteit en professionaliteit van het bestuur en de bedrijfsvoering in de zorg te verbeteren. De toezichthouders reageren hiermee op signalen over schendingen van bestaande normen waarop zij niet, of in elk geval niet rechtstreeks, kunnen handhaven. Denk aan de Governancecode Zorg (2017) die onder meer gaat over belangenverstrengeling. Wat beide toezichthouders echter vooral frustreert, zijn de bv-constructies in de zorg. Ze stellen dat zorgaanbieders zo het beloningsplafond in de Wet normering topinkomens (WNT) omzeilen. Datzelfde geldt voor het verbod op winstuitkering en transparantievereisten in de Wet toelating zorginstellingen (WTZi).

Aanleiding: de casus Alliade

De frustratie van de IGJ en de NZa heeft alles te maken met de onderzoeken bij Alliade, een zorginstelling in het oosten van het land. Volgens de IGJ heeft Alliade zorggeld gebruikt voor bedrijfsovernames. Het ging daarbij om drie transacties met de Freya-groep:

  • De overname van thuiszorgbedrijf Zorgkompas van Freya door Talant, dat later opging in Alliade;
  • De verkoop van drie (zorg)supermarkten van Talant aan Support & Co, een dochter van Freya;
  • De (terug)verkoop van Support & Co aan Talant.

Het bijzondere is bovendien de relatie tussen Alliade als werkgever en de bestuurders van Freya als werknemers van Alliade. Ook hierdoor is sprake van potentiële belangenverstrengeling, want tegelijkertijd moesten de partijen onderhandelen over prijzen. De IGJ concludeert dat de Raad van Bestuur de Raad van Toezicht bij alle drie deze transacties niet, niet volledig of te laat heeft geïnformeerd en er waren geen getekende overeenkomsten. Ook zijn de belangen van cliënten niet centraal gesteld, want Freya was niet als enige geïnteresseerd in de supermarkten. Freya heeft echter inzicht gehad in het bod van de andere partij en mocht een toelichting geven, de andere partij niet. Er was dus geen gelijk speelveld. Kortom, er was sprake van:

  1. Schending van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) omtrent een goede organisatie
  2. Schending van de transparantie-eisen in de WTZi
  3. Schending van de Governancecode Zorg

Alliade is onder verscherpt toezicht geplaatst en een van de bestuurders is teruggetreden.

Voorstel: wettelijke verankering

Om beter te kunnen handhaven, pleiten de IGJ en de NZa voor een verankering van de nieuwe open norm in het publiekrecht, bijvoorbeeld in de Wkkgz of de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). De IGJ houdt toezicht op naleving van de Wkkgz, de NZa van de Wmg.

Commentaar Anouk Jagt:

“Het ministerie van VWS is bezig met een uitgebreid onderzoek naar winstuitkeringen in de zorg. De IGJ en de NZa trekken in de pers echter al de conclusie dat er in de zorg publiek geld weglekt, dat er enorme winstmarges zijn en dat er wetgeving wordt ontdoken. Ze laten zich daarbij leiden door de casus Alliade en dat vind ik geen slimme zet. Je voedt op die manier het publieke wantrouwen op basis van één geval.”

“De vraag is ook: is een open norm voor goed bestuur in de zorg wel nodig en te handhaven? Het kan in de praktijk botsen met wetgeving die er al ligt. Voor zorginstellingen dreigt het onwerkbaar te worden en ze worden op kosten gejaagd. Er komen administratieve lasten bij, terwijl we daar juist van af willen.”

 

Governancecode Zorg

De Governancecode Zorg is een vorm van zelfregulering van de brancheorganisaties. De Code gaat vooral over de verhouding tussen de Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht. Is er bijvoorbeeld voldoende aandacht voor het voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling? Dit is in de praktijk ingewikkeld, want sommige vormen van belangenverstrengeling zijn niet per definitie ongunstig. Denk aan het inhuren van een partij die al kennis heeft van de organisatie. Vroeger was er ruimte om uitleg te geven, nu wordt alles steeds strakker ingekaderd.

 

De NZa en de IGJ hebben in 2016 al een toezichtkader op goed bestuur geïntroduceerd. Die geeft aan hoe zij invulling geven aan de wettelijke bevoegdheden en dat ze de Governancecode Zorg zien als een breed gedragen norm. Ook als je geen lid bent van een van de aangesloten brancheorganisaties toetsen ze aan de Code. Verder eisen zorgverzekeraars vaak naleving van de Code. Zorgaanbieders ontkomen er dus niet aan.

 

Aanpassing WTZi

De WTZi wordt – mits goedgekeurd - vervangen door de WTZa en de Aanpassingswet WTZa. Volgens deze twee wetten moeten alle nieuwe zorgaanbieders zich bij de IGJ aanmelden, met als doel dat zij aantonen dat ze kennis hebben van de geldende wet- en regelgeving. Verder zal een vergunningsplicht gelden voor instellingen die Wlz-zorg bieden, mogelijk ook voor onderaannemers, en voor instellingen met medische specialistische zorg. Door de WTZa en de Aanpassingswet komen de bevoegdheden m.b.t. naleving van de WTZi bij de NZa in plaats van de IGJ te liggen.

 

Mogelijke wijziging WNT

Er wordt bekeken of de WNT ook voor de moedermaatschappij van zorgaanbieders kan gaan gelden. Voor een aantal bedrijven zal zoiets verstrekkende gevolgen hebben, zeker voor instellingen die niet alleen zorg leveren. Zij zullen dan met een deel van hun activiteiten onder de WNT gaan vallen.

 

Winstuitkering in de zorg

Winstuitkering in de zorg blijft een actueel onderwerp. Volgens de Nederlandse Vereniging van Banken zijn winstuitkering en het aantrekken van risicodragend kapitaal in de zorg noodzakelijk voor innovaties en om de zorg betaalbaar te houden. Nu geldt een winstuitkeringsverbod voor intramurale zorginstellingen. Dit is echter achterhaald. Intramurale zorginstellingen zijn inmiddels ook volledig risicodragend. En het onderscheid tussen intramuraal en extramuraal vervaagt. Daarom wordt gekeken naar mogelijkheden van winstuitkering.

De voordelen van winstuitkering in de zorg:

  • Gunstig voor de solvabiliteit en continuïteit van de zorgaanbieder
  • Leidt tot een betere bedrijfsvoering en meer innovatie
  • Voor nieuwe toetreders wordt het makkelijker als zij met risicodragend kapitaal kunnen werken

De risico’s:

  • Niet alle investeerders stellen de kwaliteit en betrouwbaarheid van de zorg centraal
  • Mogelijk streven naar winst op de korte termijn, de belangen van de instellingen op de lange termijn verdwijnen naar de achtergrond

In het voorstel voor de Wet vergroten investeringsmogelijkheden medisch specialistische zorg (WVIMSZ) staan extra kwaliteitstoetsen om winstuitkering mogelijk te maken. De zorgaanbieder moet een solvabiliteit van 20% of hoger hebben voordat zij mogen overgaan tot winstuitkering. Het eigen vermogen moet minimaal 20% uitmaken van de totale balans. Ongerealiseerde winsten mogen niet worden meegerekend, ongerealiseerde verliezen moeten wel worden meegerekend. Daarnaast moet de reguliere exploitatie drie jaar op rij winstgevend zijn.

* Deze blog is tot stand gekomen in samenwerking met de leden van de SRA-Branche-expertgroep Medische Zorg en advocate Anouk Jagt (Rutgers & Posch).

Het begint met contact

Laat uw gegevens achter en wij reageren binnen 2 werkdagen

{{ errors.first("firstname") }}
{{ errors.first("lastname") }}
{{ errors.first("residence") }}
{{ errors.first("email") }}
{{ errors.first("interest") }}
{{ errors.first("privacy") }}
  • Icon Copy 3 Professioneel advies
  • Icon Copy 3 Actueel inzicht in uw onderneming
  • Icon Copy 3 Een persoonlijke adviseur