Niet ongebruikelijk is dat aan elkaar gelieerde vennootschappen geldleningen met elkaar aangaan. Al dan niet versterkt door de coronacrisis kan het voor vennootschappen lastig zo niet onmogelijk zijn om aan haar verplichtingen uit hoofde van zo’n lening te voldoen. Dan kan de situatie ontstaan dat de schuldeiser besluit om haar vordering af te waarderen. De fiscale gevolgen van afwaardering worden echter vaak niet overzien. In deze blog leest u wat de aandachtspunten daarbij zijn.


(On)zakelijke lening

Ook leningen tussen gelieerde vennootschapen (binnen dezelfde groep) moeten overeen worden gekomen op basis van zakelijke voorwaarden. Denk daarbij aan marktconforme afspraken over rente, aflossing en zekerheid. Gelden dergelijke voorwaarden dan kan een latere afwaardering van zo’n lening in aftrek worden gebracht op het fiscale resultaat. Zonder die voorwaarden accepteert de belastingdienst die aftrek niet. De belastinginspecteur dient dan te bewijzen dat op het moment van verstrekken van de lening de schuldeiser een risico neemt dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Alle feiten en omstandigheden zijn in dat geval relevant. De volgende indicatoren helpen de belastinginspecteur in zijn bewijspositie:

  • Het ontbreken van een leningsovereenkomst;
  • Voorwaarden in een leningovereenkomst, denk aan rente, zekerheden, aflossing, zijn (aanzienlijk) gunstiger dan voor een onafhankelijke derde zouden gelden.


Van zakelijk naar onzakelijk

Zou een lening in oorsprong zakelijk zijn dan kan die tijdens de looptijd onzakelijk worden. Dit kan ontstaan als gevolg van onzakelijk handelen dan wel onzakelijk nalaten van handelen. Bijvoorbeeld omdat:

  • De schuldenaar haar betalingsverplichtingen niet nakomt en schuldeiser daarop onvoldoende actie onderneemt;
  • De schuldeiser geen zekerheden inroept, terwijl een derde dit wel zou hebben gedaan.


Overdracht afgewaardeerde vordering

Een schuldeiser zou in plaats van afwaarderen ook kunnen besluiten een lening tegen een lagere prijs dan het nominale bedrag over te dragen aan een ander. Ook dan bestaat, ook weer vanwege het ontbreken van zakelijkheid, het risico dat de ten laste van de winst gebrachte afwaardering teruggenomen wordt.


Breder toepassingsgebied afwaardering

Ook bij leningen tussen een directeur-grootaandeelhouder (dga) en zijn/haar BV kan zich een situatie van afwaardering voordoen. Zowel bij een lening door de BV aan de dga als door de dga aan de BV. Dergelijke leningen zijn ook gebonden aan de uitgangspunten van zakelijk handelen.
Bij een lening door een ondernemer in de inkomstenbelasting aan een andere ondernemer, moet een andere afweging worden gemaakt. Past een dergelijke lening namelijk niet binnen het kader van de normale bedrijfsuitoefening, dan kan van afwaardering geen sprake zijn.


Vragen over het afwaarderen van vorderingen?

De fiscale gevolgen van het afwaarderen van vorderingen is sterk afhankelijk van alle feiten en omstandigheden van het geval. Laat u zich daarom goed adviseren als zich bij u een dergelijke situatie voordoet. Bij Visser & Visser hebben wij ervaring met uiteenlopende situaties. Onze adviseurs helpen u graag.

Het begint met contact

Laat uw gegevens achter voor {{ employee.graduate_name }} en wij reageren binnen 2 werkdagen.

46EBAAA4-0E2F-4D6D-BB3D-982D08E25767

Laat uw gegevens achter en wij reageren binnen 2 werkdagen

{{ errors.first("firstname") }}
{{ errors.first("lastname") }}
{{ errors.first("residence") }}
{{ errors.first("email") }}
{{ errors.first("interest") }}
{{ errors.first("privacy") }}

Samen bereiken we meer!