(Vermogende) particulieren
Aanpassingen box 3
Het forfaitaire rendement voor overige bezittingen in box 3 wordt aangepast door bij de berekeningsmethode van het langetermijnrendement op onroerende zaken voortaan expliciet rekening te houden met huurinkomsten en het voordeel van eigen gebruik. Dit leidt tot een verhoging van het forfait van 6% naar 7,78%. Daarnaast wordt het heffingvrije vermogen verlaagd van
€ 57.684,- naar € 51.396,- per belastingplichtige. Hiermee wordt de heffingsgrondslag verbreed en neemt het aantal belastingplichtigen dat box 3-heffing betaalt toe. De tegenbewijsregeling blijft van toepassing, waardoor belastingplichtigen met lagere werkelijke rendementen correctie kunnen vragen.
Tip!
Maak gebruik van de tegenbewijsregeling als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement.
Reparatie tegenbewijsregeling box 3
De berekening van het werkelijke rendement in de box 3-tegenbewijsregeling wordt aangepast om misbruik met obligaties en andere vermogensbestanddelen met kortlopende termijnen van inkomsten te voorkomen. Tot nu toe kon aankoop van obligaties met aangegroeide rente leiden tot verliesneming in het jaar van aankoop, waardoor de box 3-heffing werd verminderd of vermeden. Voorgesteld wordt om bij toepassing van de tegenbewijsregeling de vrijstelling voor kortlopende termijnen van inkomsten en de huidige waarderingsregel voor beursgenoteerde effecten te laten vervallen voor obligaties en vergelijkbare producten. De waardering tegen de waarde in het economisch verkeer vindt dan voortaan inclusief aangegroeide rente plaats. Een uitzondering geldt voor banktegoeden: lopende termijnen van rente-inkomsten op banktegoeden blijven vrijgesteld. Deze wijziging geldt met terugwerkende kracht tot en met 25 augustus 2025, 16.00 uur.
Let op!
Voor obligaties gekocht vóór 25 augustus 2025, 16.00 uur, blijft de oude systematiek gelden tot vervreemding of invoering van het nieuwe box 3-stelsel.
Vanaf 2028 werkelijk rendement box 3
Er ligt een wetsvoorstel om vanaf 1 januari 2028 het werkelijk rendement uit vermogen in box 3 te gaan belasten. Dit in plaats van het huidige stelsel waarbij het rendement uit vermogen forfaitair wordt vastgesteld. Voormelde ingangsdatum kan volgens de regering alleen worden gehaald indien de Tweede Kamer uiterlijk 15 maart 2026 het wetsvoorstel aanneemt. Omdat er nog discussie bestaat over de beste manier waarop dat werkelijk rendement moet worden bepaald, is het nog niet zeker of dat gaat lukken.
Aanpassingen groen beleggen
De eerder aangenomen afschaffing van de fiscale regelingen voor groen beleggen wordt een jaar uitgesteld om uitvoeringsproblemen te voorkomen. Dit betekent dat zowel de box 3-vrijstelling als de heffingskorting voor groene beleggingen niet per 1 januari 2027, maar per 1 januari 2028 vervallen. Voor 2027 wordt echter een symbolisch lage vrijstelling van € 200,- (voor partners € 400,-) vastgesteld, waardoor de regelingen de facto al zijn afgeschaft. De heffingskorting blijft formeel bestaan, maar is door de koppeling aan het verlaagde vrijstellingsbedrag verwaarloosbaar. Per 2028 vervallen de regelingen volledig.
Let op!
Voor 2027 resteert slechts een minimale vrijstelling. In de praktijk vervalt het fiscale voordeel voor groen beleggen dus al per dat jaar.
Tarieven IB 2026 niet-AOW’er
Belastingplichtigen die aan het begin van 2026 nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, krijgen in 2026 naar verwachting met de volgende tariefschijven te maken:
Tarief inkomstenbelasting 2026 | |||||||||||||||||||||||||||||||||
Box 1- tarief | Bel.ink. meer dan (€) | maar niet meer dan (€) | Tarief 2026 (%) | ||||||||||||||||||||||||||||||
Schijf 1 |
| 38.883,- | 35,70% | ||||||||||||||||||||||||||||||
Schijf 2 | 38.883,- | 79.137,- | 37,56% | ||||||||||||||||||||||||||||||
Schijf 3 | 79.137,- |
| 49,50% | ||||||||||||||||||||||||||||||
Tarief inkomstenbelasting 2025 | |||||||||||||||||||||||||||||||||
Box 1- tarief | Bel.ink. meer dan (€) | maar niet meer dan (€) | Tarief 2025 (%) | ||||||||||||||||||||||||||||||
Schijf 1 |
| 38.441,- | 35,82% | ||||||||||||||||||||||||||||||
Schijf 2 | 38.441,- | 76.817,- | 37,48% | ||||||||||||||||||||||||||||||
Schijf 3 | 76.817,- |
| 49,50% | ||||||||||||||||||||||||||||||
Deze percentages zijn inclusief de premies volksverzekeringen. Voor wie minder of geen premies volksverzekeringen gelden, is een andere tariefstructuur van toepassing.
Tarieven IB 2026 AOW’er
Belastingplichtigen die aan het begin van 2026 de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt en zijn geboren na 1946, krijgen in 2026 naar verwachting met de volgende tariefschijven te maken:
Tarief inkomstenbelasting 2026 (AOW’ers) | |||||||||||||||||||||||||||||||||
Box 1- tarief | Bel.ink. meer dan (€) | maar niet meer dan (€) | Tarief 2026 (%) | ||||||||||||||||||||||||||||||
Tarief schijf 1 |
| 38.883,-* | 17,80% | ||||||||||||||||||||||||||||||
Tarief schijf 2 | 38.883,- | 79.137,- | 37,56% | ||||||||||||||||||||||||||||||
Tarief schijf 3 | 79.137,- |
| 49,50% | ||||||||||||||||||||||||||||||
*Geboren voor 1946: schijf 1 tot € 41.123,-
Tarief inkomstenbelasting 2025 (AOW’ers) | |||||||||||||||||||||||||||||||||
Box 1- tarief | Bel.ink. meer dan (€) | maar niet meer dan (€) | Tarief 2025 (%) | ||||||||||||||||||||||||||||||
Tarief schijf 1 |
| 38.441,-* | 17,92% | ||||||||||||||||||||||||||||||
Tarief schijf 2 | 38.441,- | 76.817,- | 37,48% | ||||||||||||||||||||||||||||||
Tarief schijf 3 | 76.817,- |
| 49,50% | ||||||||||||||||||||||||||||||
*Geboren voor 1946: schijf 1 tot € 40.502,-
Gewijzigde heffingskortingen
Hieronder staan de verwachte heffingskortingen voor 2026. Met uitzondering van de ouderenkorting en alleenstaande ouderenkorting gaat het hier om heffingskortingen voor belastingplichtigen die jonger zijn dan de AOW-leeftijd. Voor mensen die ouder zijn dan de AOW-leeftijd gelden lagere maxima.
Heffingskortingen | 2025 (€) | 2026 (€) | ||||||||||||||||||||
Algemene heffingskorting maximaal | 3.068,- | 3.115,- | ||||||||||||||||||||
Arbeidskorting maximaal | 5.599,- | 5.712,- | ||||||||||||||||||||
Inkomensafhankelijke combinatiekorting maximaal | 2.986,- | 3.032,- | ||||||||||||||||||||
Jonggehandicaptenkorting | 909,- | 923,- | ||||||||||||||||||||
Ouderenkorting | 2.035,- | 2.067,- | ||||||||||||||||||||
Alleenstaande ouderenkorting | 531,- | 540,- |
Aanscherping bij gebruik om niet van eigen woning
Bij het ter beschikking stellen van een eigen woning aan naasten wordt een aanscherping doorgevoerd: (klein)kinderen en voormalige huisgenoten tellen niet als derde bij gebruik om niet.
Premiegrondslag lijfrentepremies
De maximale premiegrondslag voor lijfrentepremies in de inkomstenbelasting blijft in 2026 ongewijzigd op € 137.800,-, net als de aftoppingsgrens voor het pensioengevend loon; wederom geen indexatie.
Aanpassing regels rond lijfrente-uitkeringen
De regels rond lijfrente-uitkeringen worden aangepast. Niet langer kwalificerende lijfrentes blijven belast, tenzij eerder negatieve uitgaven zijn afgetrokken. Ook zijn er technische verduidelijkingen rond het vormen hiervan, de uitkeringsmomenten en partnerovergang.
De voorgestelde maatregelen zullen per 1 januari 2026 in werking treden, tenzij anders vermeld. Tevens moeten de gepresenteerde plannen nog worden aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer, waardoor wijzigingen niet zijn uitgesloten.