Schenk- en erfbelasting
Schenkingen binnen 180 dagen voor overlijden
Schenkingen die binnen 180 dagen voor het overlijden door de erflater zijn verricht, worden in fiscale zin ook aangemerkt als verkrijging krachtens erfrecht. Voor die schenking moet dan enerzijds een aangifte schenkbelasting worden ingediend en anderzijds moet die schenking worden opgenomen in de aangifte erfbelasting. Om deze dubbele administratieve lasten te voorkomen, wordt voorgesteld dat een dergelijke schenking alleen nog maar in de aangifte erfbelasting opgenomen hoeft te worden. Het indienen van een aangifte schenkbelasting is dan niet meer nodig. Deze nieuwe regels gelden voor het eerst voor schenkingen die zijn gedaan vanaf 180 dagen vóór 1 januari 2026.
Ongelijke breukdelen bij huwelijk
Indien een echtgenoot bij ontbinding van een huwelijk op grond van de huwelijkse voorwaarden gerechtigd wordt tot meer dan de helft van het huwelijksvermogen, wordt het meerdere voortaan belast met schenk- of erfbelasting. Dit geldt ook indien een echtgenoot tijdens het huwelijk of bij ontbinding van het huwelijk op grond van een periodiek of finaal verrekenbeding gerechtigd wordt tot meer dan de helft van het te verrekenen inkomen of vermogen. Er wordt voorgesteld dat deze maatregel alleen van toepassing is op huwelijkse voorwaarden die op of na 16 september 2025, 16.00 uur zijn opgesteld of gewijzigd, op voorwaarde dat deze later niet worden aangepast.
Gelijkstelling biologische kinderen
De Hoge Raad heeft op 6 september 2024 geoordeeld dat een kind dat niet is erkend door de biologische vader en ook niet op andere wijze in familierechtelijke betrekking tot hem staat, voor de schenk- en erfbelasting niet als kind wordt gezien. Dit heeft tot gevolg dat een kind bij een schenking of erfenis van een biologische ouder geen recht op de 'kindvrijstelling' en het verlaagde tarief heeft. Dit is strijdig met het Europese recht. Er wordt voorgesteld om dergelijke kinderen ook als kind voor de schenk- en erfbelasting te zien, indien zij het biologische ouderschap met een DNA-test kunnen aantonen.
Verlenging aangiftetermijn erfbelasting
Er wordt voorgesteld om de aangiftetermijn voor de erfbelasting te verlengen van acht naar twintig maanden voor overlijdens die plaatsvinden op of na 1 januari 2026. Ook het startmoment voor het berekenen van de belastingrente voor de erfbelasting gaat pas in vanaf twintig maanden na het overlijden. Hiermee wordt aangesloten bij de praktijk waarin vaak nog niet alle gegevens beschikbaar zijn om tijdig een juiste en volledige aangifte erfbelasting te doen. Dit vermindert uitstelverzoeken, bezwaren en belastingrente, en maakt het aangifteproces eenvoudiger en beter uitvoerbaar.
Bedrijfsopvolgingsregeling
Per 2026 wordt de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) op meerdere punten aangepast. De bezits- en voortzettingseisen worden versoepeld: zo start bij herstructureringen geen nieuwe bezitstermijn als de economische gerechtigdheid niet wijzigt, en kan de voortzettingseis bij bepaalde gebeurtenissen als vervuld gelden. Verder zijn de wijzigingen in de BOR met ingang van 1 januari 2026 als volgt:
Beperking kwalificerende belangen
De BOR en DSR worden beperkt tot directe en indirecte aandelenbelangen van minimaal 5% van het totale geplaatste aandelenkapitaal. Alleen gewone (reguliere) aandelen kwalificeren nog, waarbij het niet van belang is of die aandelen stemrecht geven. Kleinere belangen, opties, winstbewijzen en tracking stocks worden uitgesloten van de regelingen. Een vruchtgebruik of bloot eigendom van gewone aandelen kan nog steeds kwalificeren. Het doel van de wijzigingen is om de regelingen te beperken tot aandelen met voldoende ondernemingsrisico.
Tip!
De BOR en DSR ab blijven gelden voor preferente aandelen die in het kader van een gefaseerde bedrijfsopvolging zijn uitgegeven (zie hieronder).
Preferente aandelen
In het kader van een bedrijfsopvolging worden vaak preferente aandelen uitgegeven, maar de definitie van preferente aandelen leidt nogal eens tot onduidelijkheid. Met ingang van 1 januari 2026 zal een definitie van preferente aandelen worden opgenomen in de wet. Preferente aandelen zullen worden aangeduid als aandelen met voorrang ten aanzien van de winstverdeling of liquidatieopbrengsten. Dit betekent dat het risico van een preferent aandeel lager is dan het risico van een gewoon aandeel. De voorrang moet overigens wel wezenlijk zijn. Dat is bijvoorbeeld niet het geval als het gestorte agio wel voorrang kent en het nominaal gestorte kapitaal niet.
Tip!
De definitie sluit grotendeels aan bij de huidige uitvoeringspraktijk van de Belastingdienst. De impact van deze wijziging is dus beperkt.
Zwaardere bezitseis voor AOW’er
(rollatorinvesteringen)
De bezitstermijn in de BOR wordt met ingang van 1 januari 2026 verlengd voor oudere erflaters en schenkers. Voor een erflater wordt de bezitstermijn verlengd met zes maanden per jaar dat de erflater op het moment van overlijden twee jaar ouder is dan de AOW-gerechtigde leeftijd. Voor een schenker wordt de bezitstermijn verlengd met zes maanden per jaar dat de schenker op het moment van de schenking meer dan zes jaar ouder is dan de AOW-gerechtigde leeftijd. Het voorgaande geldt niet voor ondernemingen die een erflater of schenker uiterlijk binnen twee jaar na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd is gestart.
Herhaald gebruik van de BOR (bedrijfs-opvolgingscarrousel)
Ondernemingen worden soms meerdere malen binnen een familie (en soms via derden) overgedragen om een onbelaste vermogensoverdracht te realiseren. Ouders schenken bijvoorbeeld een onderneming aan een kind met toepassing van de BOR. Later wordt de onderneming weer teruggekocht en opnieuw geschonken onder de BOR. Met ingang van 1 januari 2026 kan de BOR niet meer worden toegepast als een onderneming op enig eerder moment al in bezit is geweest van de verkrijger.
Let op!
De antimisbruikmaatregel wordt ruim opgezet en geldt bijvoorbeeld ook als de activiteiten van de onderneming zijn gewijzigd of de rechtsvorm is aangepast.
Ter beschikking gestelde onroerende zaken
Als ter beschikking gestelde onroerende zaken samen met de aandelen worden overgedragen, is de BOR van toepassing op de panden en de aandelen. Bij de bepaling van de hoogte van de BOR-vrijstelling worden de schulden niet meegenomen. In de toekomst zal de BOR van toepassing zijn op het saldo van de waarde van het van de onroerende zaken en de bijhorende schulden.
De voorgestelde maatregelen zullen per 1 januari 2026 in werking treden, tenzij anders vermeld. Tevens moeten de gepresenteerde plannen nog worden aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer, waardoor wijzigingen niet zijn uitgesloten.