Na ‘Trumponomics’ nu ook ‘Trumpfer Pricing’?

vrijdag 08 augustus 2025

De aankondiging en inmiddels gedeeltelijke implementatie van Amerikaanse importtarieven brachten een wereldwijde schok teweeg. Wat is het korte- en lange- termijn-effect voor de wereldhandel en meer dichtbij: op mijn businessmodel? De importtarieven dragen ook belangrijke fiscale aspecten, met name op het gebied van transfer pricing. Wanneer je internationaal onderneemt en met jouw team de gevolgen voor jouw businessmodel in kaart brengt, doe je er goed aan daarin ook de fiscale gevolgen mee te nemen. Naast ‘Trumponomics’ dreigt ook ‘Trumpfer Pricing’. 

Amerikaanse tariffs: een steen op een mierenhoop

De hoofdeconoom van de ABN-AMRO, Sandra Phlippen, vergeleek de wereldhandel onlangs[1] met een mierenhoop waarin allerlei bedrijven heen en weer krioelen, spullen van A naar B verkopen en enorm verbonden zijn met elkaar. De importtarieven kun je vergelijken met een grote steen die vervolgens bovenop die mierenhoop wordt gegooid. De disruptie die dat teweeg brengt kan niet worden onderschat.[2]

Waar in de praktijk tot nog toe niet veel over wordt gesproken, zijn de ontwrichtende gevolgen van tarieven op de transfer pricing-strategie van een internationaal opererende onderneming.  Wat we met transfer pricing (TP) doen, is dat we binnen die mierenhoop waarborgen dat al die spullen die binnen een multinationale onderneming intern worden verhandeld tegen marktconforme prijzen worden afgerekend.[3] In een wereld van groeiend protectionisme is het belang van solide TP-documentatie ter onderbouwing van het marktconform handelen naar mijn mening belangrijker dan ooit. Maar wat voor effect hebben tarieven op de TP-strategie van een multinational?

Als fiscalist geef ik dan het antwoord dat je van een fiscalist gewend bent: dat hangt ervan af. Wat we met de tarieven onder de eerste Regering Trump zagen (2016-2020), is dat de tarieven werden doorberekend aan de Amerikaanse klant. De tarieven onder de eerste Regering Trump werden in de praktijk dus gedragen door de Amerikaanse consument en was per saldo het TP-effect neutraal. Maar wat nu wanneer je als ondernemer in een branche opereert waarin die tarieven niet kunnen worden doorberekend, omdat dit een ongunstig effect heeft op jouw concurrentiepositie in de Verenigde Staten?

----------

[1] Buitenhof 30 maart 2025 onder presentatie van Twan Huys.
[2] Op het moment van schrijven heeft de Regering Trump een pauze ingesteld voor enkele landen, waaronder Europa en kunnen we het voorlopig doen met het standaard tarief van 10%.
[3] Conform de wettelijke eisen van art. 8b Wet op de vennootschapsbelasting 1969, inclusief een documentatieplicht!

Dit is de titel...

De Duitse auto-industrie

Als ergens de paniek uitbrak na de aankondiging van de importtarieven dan is dat de Duitse auto-industrie, die zo’n miljoen auto’s per jaar naar de Verenigde Staten exporteert. Omdat de Amerikaanse importtarieven indirect ook veel Nederlandse toeleveranciers van de Duitse (auto)industrie zullen raken, neem ik de Duitse auto-industrie als voorbeeld. De Duitse auto-industrie zal de afweging moeten maken zendingen te pauzeren of de tariefkosten te absorberen.

Om de potentiële TP-impact te laten zien neem ik Volkswagen als voorbeeld. In ons (puur gefingeerde) voorbeeld heeft Volkswagen een Amerikaanse verkoop-entiteit, waar de auto’s aan worden verkocht. De TP-documentatie schrijft voor dat de Amerikaanse verkoop-entiteit een winstmarge van 5% ten opzichte van de omzet moet overhouden. De winst-en-verliesrekening van de Amerikaanse verkoopentiteit voor en na de tarieven kunnen er vervolgens als volgt uitzien:

 

Voor tariffs

Na tariffs

Omzet

100

100

Inkoopprijs omzet

70

70

Tariff (10%)[1]

0

7

Bruto-winst

30

23

Overheadkosten

25

25

EBITDA (5% van de omzet)

5

-2

Zoals opgemerkt schrijft de TP-documentatie in ons voorbeeld voor dat de Amerikaanse verkoopentiteit 5% marge moet maken en in ons voorbeeld dus een winst moet overhouden van 5. Als gevolg van de tariefkosten die door Volkswagen worden geabsorbeerd maakt de Amerikaanse verkoopentiteit per saldo een verlies. Een belangrijke vraag is of dat die tarieven moeten worden gezien als buitengewone kosten of dat het een factor vormt waarmee ondernemingen rekening moeten houden voor hun pricing-modellen op de lange termijn. Naar mijn opvatting vormen de tarieven hier een buitengewone kost en moeten we die er op het niveau van de Amerikaanse verkoopentiteit uitfilteren. Een willekeurige derde zal de auto’s in dit voorbeeld niet voor 70 invoeren in de wetenschap dat, rekening houdend met de operationale en tariefkosten, de vennootschap op een verlies uitkomt.[1] Dat betekent dat de tariefkosten dus niet ten laste komen van de Amerikaanse winst maar (in dit voorbeeld) van de Duitse winst. Het besluit de kosten te absorberen wordt tenslotte ook in Europa genomen, niet in de Verenigde Staten.

----------

[4] Voor Europese auto’s geldt in werkelijkheid nu een ‘tariff’ van 25%. Voor dit voorbeeld heb ik het bij het basistarief van 10% gehouden die voor alle goederen geldt.
[5] Er zal dus ook moeten worden gekeken naar de pricing-modellen op de lange termijn, die raken uiteindelijk ook de verkoopprijs en daarmee uiteindelijk ook de douanewaarde, de grondslag voor de tarieven. In de praktijk zie je ook een mengvorm: gedeeltelijke doorberekening, gedeeltelijk aanpassing interne verkoopprijs en daarmee de aanpassing van de douanewaarde als grondslag voor de tarieven.

Tot slot

Ik heb met deze bijdrage gepoogd te laten zien dat ‘tariffs’ naast een commercieel-strategisch aspect ook een sterk fiscaal aspect hebben, dat in de ‘board room’ niet onderbelicht mag blijven. Neem desgewenst contact op met één van onze collega’s van ons transfer pricing-team om met u mee te denken.

Auteur
Manuèl de Jong LLM
Belastingadviseur