Blog

Einde van de VAR, lang leve de modelovereenkomst met de wet DBA?

Geplaatst op 25 februari 2016
Door: mr. Jonathan Roodhorst




De VAR is niet meer, lang leve de modelovereenkomst!?

De kogel is door de kerk, vanaf 1 mei 2016 zal het huidige VAR-systeem verdwijnen. Op 2 februari 2016 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) aangenomen. De VAR maakt plaats  voor een systeem waarbij partijen overeenkomsten kunnen voorleggen aan de Belastingdienst, zodat die een oordeel kan geven of al dan niet sprake is van een dienstbetrekking. Ook zijn inmiddels zogenaamde modelovereenkomsten gepubliceerd. Het idee is dat door gebruik te maken van een goedgekeurde (model)overeenkomst zekerheid wordt gegeven aan opdrachtgevers en opdrachtnemers over de voorgenomen werkverhouding. Maar is dat nu werkelijk het geval?

Niet automatisch gevrijwaard van naheffing van loonheffingen
De zekerheid is helaas maar een schimp van de vrijwarende verklaring van de huidige VAR. Zelfs al komen uw contracten nauwgezet overeen met de (model)overeenkomsten van de Belastingdienst, dan bent u als opdrachtgever niet automatisch gevrijwaard van naheffing van loonheffingen. De geboden zekerheid is dus boterzacht! Hierna leest u waarom.

De Belastingdienst heeft op haar website diverse overeenkomsten gepubliceerd die onderverdeeld kunnen worden in 3 categorieën:
1.  Algemene modelovereenkomsten
2.  Voorbeeldovereenkomsten voor branches en beroepsgroepen
3.  Individuele overeenkomsten

Bij het gebruik van de algemene modelovereenkomsten moet worden verwezen naar het betreffende kenmerknummer. Hiervoor moet de volgende tekst worden gebruikt:
'Deze overeenkomst is gebaseerd op de door de Belastingdienst op [DATUM] onder nummer [NUMMER] beoordeelde overeenkomst. De in die overeenkomst gemarkeerde bepalingen zijn in deze overeenkomst ongewijzigd overgenomen. Voor zover in deze overeenkomst aanpassingen hebben plaatsgevonden, zijn partijen van mening dat deze aanpassingen geen afbreuk doen aan de in de model- of voorbeeldovereenkomst gemarkeerde bepalingen.'

De voorwaarden waaronder de modelovereenkomsten kunnen worden gebruik zijn zeer stringent. Het niet opnemen van de bovengenoemde passage heeft bijvoorbeeld direct tot gevolg dat geen zekerheid kan worden ontleend aan de overeenkomst. Het is maar de vraag of deze ‘straf’ in de praktijk houdbaar is als alle relevante bepalingen keurig zijn overgenomen. De toon is in ieder geval gezet!

Mogelijke discussie over aanpassingen
Daarnaast kan (achteraf) discussie ontstaan over de vraag of aanpassingen al dan niet afbreuk doen aan de gemarkeerde bepalingen. Een voorbeeld: in de ‘Algemene modelovereenkomst geen werkgeversgezag’ is de omschrijving van de opdracht niet volledig ingevuld. In artikel 1.1 is vermeld ‘Opdrachtnemer verplicht zich voor de duur van de overeenkomst de navolgende werkzaamheden te verrichten <OMSCHRIJVING OPDRACHT OF DIENSTEN>’. Voor het karakter van de arbeidsrelatie kan de omschrijving van de werkzaamheden nogal wat uitmaken. Zo heeft een dienstbetrekking het karakter van een inspanningsverplichting, terwijl bij een overeenkomst van opdracht meer de nadruk ligt op een concrete resultaatverplichting. Het maakt derhalve nogal wat uit hoe de opdracht is geformuleerd. De vraag is in welke gevallen de omschreven opdracht in strijd is met bijvoorbeeld de gemarkeerde bepaling van artikel 2 (Uitvoering van de opdracht). Dergelijke onduidelijkheden doen het karakter van de overeenkomst niet goed, namelijk het bieden van zekerheid.

Sluitend alternatief voor de VAR?
Of de modelovereenkomst dus een sluitend alternatief is voor de huidige VAR is dus zeer de vraag. Maar ook de individuele en branchegerelateerde overeenkomsten blinken niet uit in het geven van zekerheid, niet in de laatste plaats door de grote hoeveelheid details. Zo bevat de voorbeeldovereenkomst ‘zelfstandigen bouw’ de verplichting dat de opdrachtnemer gebruik maakt van eigen gereedschap en materieel. Het vergeten van gereedschap zal echter niet direct leiden tot de aanwezigheid van een dienstbetrekking, aldus staatssecretaris Wiebes. Per ‘afwijking’ zal moeten beoordeeld worden of sprake is van het schenden van een essentiële eigenschap van de overeenkomst.

Boven alles geldt ten slotte dat de opdrachtgever alsnog met inhoudingsplicht van loonheffingen wordt geconfronteerd indien bij een controle achteraf wordt geconstateerd dat in de praktijk niet precies volgens de overeenkomst is gewerkt. Uiteraard logisch, maar in de praktijk dus een groot gevaar.

Alles overziend komt de geboden zekerheid in een heel ander daglicht te staan!

mr. Jonathan Roodhorst, Junior Belastingadviseur


Bevatte dit artikel interessante informatie? Deel het dan met je netwerk via één van onderstaande kanalen.

ca. {distance}
Wij kunnen binnen ca. {duration}
bij u zijn vanuit {select}

{add}
{zip} {cty}
Telefoon: {phn}
Email: {eml}

Voor vragen en/of een afspraak maken kunt u contact opnemen met {select}

{add}
{zip} {cty}
Telefoon: {phn}
Email: {eml}

Bezig met bepalen van de locatie